vrijdag 15 juni 2012

Service

'Ik kap ermee voor vandaag.
't Is toch niet druk.'
Foto: Hedwig Suurmeijer
Meneer mijn echtgenoot*  (hierna MME voor het gemak) was nog nooit in Arcen. Arcen is een plaatsje boven Venlo en is bekend om zijn kasteeltuinen. Dat uitje stond voor deze zomer op het programma en als zzp’er (ik) en pensionista (MME) kun je dus heerlijk op een doordeweekse dag zo’n plek bezoeken zonder je te ergeren aan massa’s toeristen die allemaal net met een sandaal, een flap van een regenjas, of – erger nog – een wiel van een oversized buggy in een hoekje van je foto’s opduiken.
Eerst maar een kopje koffie in het Koetshuys. Zo’n stijlvol gespelde naam wekt toch minstens de verwachting van obers m/v die je met gratie komen bedienen en menukaarten waarop je lekkers kunt uitzoeken. Nou, nee. Het Koetshuys doet aan zelfbediening en dat nemen ze zeer letterlijk. Twee grote, industrieel aandoende koffieapparaten met veel knoppen doen dienst als zelftap. Je mag er een kartonnen bekertje onder zetten (zelf uitzoeken onder welk tuitje) en op een knopje drukken. Personeel hangt in een groepje van vijf achter de balie live te chatten. Je mag ze wel wat vragen, maar ze doen niks voor je, behalve afrekenen. MME en ik maken nog wat zoekende buitenlandse baby boomers wegwijs, want het personeel is te druk met hangen. Over de baby boomers een andere keer meer.

Enfin, de cappuccino is in elk geval lekker, ondanks de kartonsmaak. Op naar de kassa van het park voor een kaartje. Bij het kaartje ontvangen we de mededeling dat de overige catering niet open is vandaag, want op zo’n doordeweekse dag is het niet druk genoeg. Ja hallo, daarom komen wij dus op dinsdag, muts. Lekker rustig. En we betalen de volle mep, dus we willen ook alle faciliteiten.
Maar, zegt de mevrouw, we mogen zo vaak als we willen in en uit lopen om in het Koetshuys een versnapering te doen. Ja hallo muts, andermaal. Denk je dat wij van achter uit het park even een frisje komen drinken om dan weer terug te gaan? Maar goed, kan zij het helpen?

Tijdens zo’n urenlange wandeling door het groen moet je helaas wel een of twee keer een sanitairtje plegen. Nou da’s ook zeker geen genoegen. Ik durf er een wc-rol om te verwedden dat de plees na het ongetwijfeld drukbezochte weekend niet meer schoongemaakt zijn. Waarom zou je ook, het is toch niet druk?
De tuinen zijn prachtig. Daar hoef ik niks over te verklappen. Dat doet u maar lekker zelf een keer. Neemt u op een doordeweekse dag dan wel wat te picknicken mee, want er is plek zat op de terrassen. Een Toly toilet seat  en een paar lieslaarzen voor de plassessies en je bent helemaal klaar om te gaan. Veel plezier.

 * Mijn oude, chique tante refereert graag als volgt aan mijn huisband: ‘De groeten aan meneer uw echtgenoot.’ Vandaar.

donderdag 12 april 2012

K*tzooi!!

Foto: Hedwig Suurmeijer
Zo rond acht uur ’s avonds brengen wij mama op tweede paasdag weer naar het verzorgingshuis waar zij sinds januari een kamer in een woongroep heeft. Ze heeft de dag gezellig bij ons doorgebracht. Wij zijn redelijk gesloopt aan het eind van de dag, niet in de laatste plaats omdat er nog meer bezoek was, we niet naar buiten konden vanwege het weer en mama nogal wat hulp nodig heeft bij (bijna) alles. En, laat ik maar eerlijk zijn, we zijn ook geen dertig meer.
Mama had wel zin in zo dagje bij haar dochter en schoonzoon."Ik wil er wel eens even uit; ik zit hier maar hele dagen tussen al die mensen die allemaal wat mankeren." Nou, er wordt behoorlijk wat voor haar georganiseerd, dus eigenlijk heeft ze niet zoveel te klagen. Er is de muziekochtend, de gymochtend, de kapper, de vrijwilligster, de gezelschapsdame tweemaal per week, de dochter (moi) die elke woensdag haar zorgding doet, de andere kinderen die regelmatig opdraven, de braderieën, de optredens, etc. etc. Dat alles om haar van de straat te houden. Maar als je geen kortetermijngeheugen meer hebt, dan is het net of er nooit wat leuks voor je is. Daar worden wij af en toe nogal moe van – understatement.
Enfin, moedertje terug naar huis dus. De zorgdames roepen al van verre "Aah, daar is mevrouw S. Ziet u wel meneer B, mevrouw S is ook alweer terug." Inderdaad, de groep is weer compleet; alle families hebben hun verloren schapen weer afgeleverd. In de gezamenlijke woonkamer zitten twee rolstoelers. Terwijl ik nog wat kleine dingen regel, staat mijn partner in de deuropening geduldig te luisteren naar een van de bewoners: "Jaha, je moet weten, ’s middags en dan kun je dat maar beter niet doen, u bent er toch weer, u en die… ehhh, nou ja, zo is het toch, en dan Becel ..." en woorden van gelijke strekking, waarop partner met een stalen smoel gevat insteekt: "Ah, Becel. Dus geen Blue Band?" Waarna de krantlezende meneer in de rolstoel het gebabbel van zijn medebewoonster helemaal kotsbeu is en ons toevoegt: "Godverse kutzooi, kutzooi, godverdomme. Kutzooi, kutzooi, godverse kutzooi." Waarop mijn partner verzucht: "En dat is het."
Nadat wij mama veilig in haar kamer hebben geïnstalleerd met een kopje koffie en de deur dicht tegen de schuttingtaal, verlaten wij met enige opluchting haar Alzheimer- en Gilles de la Tourettecollega’s die nog even doorpruttelen in de woonkamer. Wat een ***zooi!

donderdag 8 maart 2012

Koffie

De lekkerste koffie drink je thuis. En daarmee is eigenlijk alles gezegd, ware het niet dat ik er toch even over wil doorzeuren. Mijn eerste Starbucks dronk ik in 2006 in Sydney. Een achterlijk grote kop slap bocht met een supersize chocolate chip cookie. Het cookie stal de show. Daarna heeft er nooit meer een Starbucks toegang tot mijn slokdarm gehad. In de meeste restaurants, eetcafés, instellingen, buurtcentra en andere koffieschenkgelegenheden is het verdrietig gesteld met het bakkie pleur. Glimmende, indrukwekkende machines geven een ondefinieerbaar bruinig goedje af dat nergens naar smaakt. De cappuccinovariant waar ik meestal voor ga is van een nog grotere treurigheid, maar ik trap er steeds weer in.

Ik vond het altijd nogal sneue types, de koffiedrinkers bij Albert Heijn. Bij de koffietap vind je de lokale zwerver en – zo zag ik dat – de zuinige mededorpeling die het niet kan laten op kosten van een ander snel een kopje koffie te scoren. Zoals ik ook altijd wat meewarig gadesla hoe mensen de uitstallinkjes kaasblokjes en worst te grazen nemen.
Totdat mijn huisband en ik na een lange middag gedoe buitenshuis nog even de avondmaaltijd bij elkaar moesten scharrelen bij Appie H. En wat hadden we een zin in koffie. Met enige schroom tapten we allebei een bekertje koffie uit het niet al te ingewikkelde apparaat (keuze: espresso of café crème). En Jezus, wat een LEK-KE-RE koffie! Of het aan de koffie ligt of aan het apparaat kan ik helaas niet zeggen, maar ik raad elk café, restaurant, zorgcentrum en buurthuis aan hun glanzende, peperdure, onderhoudsintensieve apparatuur eruit te gooien en over te stappen op de AH-configuratie. Als u dan voor mij een beetje melk pimpt met een opschuimertje van Blokker of de Hema (dubbeltjeswerk qua aanschaf) dan ben ik ook weer tevreden. En u begrijpt het: tegenwoordig kunt u mij zomaar bij Albert Heijn tegenkomen met een bekertje koffie op mijn winkelwagen. (Af en toe, want ik vind het nog steeds een beetje lullig.) Sneu type!

donderdag 26 januari 2012

Aso's

Je komt hem overal tegen: de aso. Thuisblijven helpt niet, want dan komt hij tot je via de televisie of je krijgt hem aan de telefoon. Vandaag hadden we een leuk gevalletje van ‘bijna dood, als we zelf niet opgelet hadden’. Even een tankbeurt gedaan bij de ‘goedkope’ zelftank op het industrieterrein aan de rand van het dorp. ‘Goedkoop’ is hier relatief à € 1,68 de liter. Volgetankt en tevreden rijden we richting huis. Op de eerste kruising ontmoeten we de aso in de vorm van een gigantische tankwagen van de reinigingsdienst H.  Zonder zijn voet van het gas te halen of zijn telefoon even van het oor los te rukken – want niet handsfree  – neemt de plurk de negentiggradenbocht. Daar heeft hij de volledige rijbaan voor nodig. Wij trappen op de rem want we willen nog een paar jaartjes door met elkaar. Het liep goed af.
De aso in minder levensbedreigende vorm is ook weleens een vrouw die zich in een bepaalde machtspositie heeft gewerkt en vindt dat ze de regels van haar professie strak moet doorvoeren. Vrijdagochtend rond elf uur. De telefoon gaat:

Zij: "Met AvondZorg & Wonen. Spreek ik met de contactpersoon voor mevrouw X?"
(ik bevestig dat)
Zij: "We hebben voor uw moeder een kamer in een woongroep in zorgcentrum zus-en-zo. Bent u nog geïnteresseerd?"
Ik: "Oh, zeker. Wat fijn. Per wanneer is het en om welke woongroep gaat het?"
(Dit laatste ingegeven door een eerder aanbod dat wij bepaald geen verbetering vonden voor de situatie van moeder.)
Zij: "Per maandag aanstaande. We willen wel graag zo snel mogelijk weten of u accepteert, anders bieden we het aan een andere gegadigde aan."
Ik: "Goh, dat is wel erg snel. Ik weet niet of ik dat zo snel allemaal kan regelen. Ik moet helaas zelf het ziekenhuis in dinsdag en ik wil graag nog even gaan kijken naar de kamer en de woongroep die u aanbiedt."
Zij: "U moet wel begrijpen dat, als u dit afwijst, dit gevolgen heeft voor de toekomst. U heeft al eerder een aanbod afgewezen. Uw moeder komt dan weer onderaan de wachtlijst." (snauw!)
Ik: "Die eerdere afwijzing heb ik zeer grondig gemotiveerd en onderbouwd. Het lijkt me niet eerlijk dat mijn moeder daar de dupe van moet zijn. U zet mij wel erg onder druk. Uw collega heeft ooit aangegeven dat weigeren geen probleem is."
Etc.
Zo kabbelde het onaangename gesprek met deze dame nog even voort. Zorgaanbieders werken met een termijn van nul dagen bedenktijd en twee dagen regeltijd als er een zorgplekje vrij is. Het is een geldkwestie, vrees ik. De overleden vorige bewoner is nog maar nauwelijks in het rouwcentrum of de nieuwe moet à la minute binnengeschoven worden. Nou ja, ze houden nog wel rekening met hun eigen vrije weekend. Dan doen ze geen intake. First thing Monday morning. Óf en hoe je het regelt is jouw probleem.Voilà, het sociale gezicht van de zorg in Nederland.
Gelukkig zit moeder daar nu hoog en droog te wonen dankzij de lieve en acute inzet van familieleden die daarvoor onmiddellijk alles uit hun handen lieten vallen. En het echte sociale gezicht van de zorg vind je bij de verzorgers op de afdeling.

donderdag 17 november 2011

In de klas

Mijn eerste lessen in het middelbaar onderwijs gaf ik in 1980; mijn laatste in 2006. En ik kan u beloven: ik ga nooit meer terug. Daar zijn we allemaal niet rouwig om. Ik niet en de pubers niet. Om het over de directies maar niet te hebben. Want daar moet je het als docent toch echt een beetje van hebben. Fijn dus als je een adjunct hebt rondlopen die van aanpakken weet wanneer je geen rechte voor meer kunt ploegen met een van de koters in je klas. En dan mag je nog blij zijn als het er maar één is.
In 1980 was ik nog best een stoer onderwijswijf. Op een mavo die deels fungeerde als het putje van Tilburg (ze boden toegang aan leerlingen die elders niet meer welkom waren) mocht ik als 25-jarige mijn eerste lessen geven. Ik was nog dapper genoeg om een leerling die achter in de klas met een stiletto zat te spelen daar op aan te spreken en hem het enge steekding af te nemen. Leiden in last hoor: hij zou z’n vader wel eens langs sturen. De knul woonde ‘op het kamp’, maar daar doe je als niet-discriminerend onderwijsmens verder niet moeilijk over. Alle leerlingetjes zijn je even lief. Dat heb je zo geleerd.

De stiletto verdween in mijn juffenla. Ik zou het er nog over hebben met hem. Z’n vader heb ik nooit gezien. Maar, van de directeur op deze school had je als docent niet veel te verwachten. Het jong kreeg de stiletto na een paar dagen terug. “Foei, niet meer doen hoor.”
Korte tijd later zette ik voor de broodnodige rust in het klasje van 29 stuiterballen een leerling op de gang. Even laten uitrazen. Moet soms. Hoor wie klopt daar op de deur? Meneer de directeur: “Juffrouw S, wilt u deze leerling weer in de klas roepen. De inspectie komt zo langs en dan wil ik geen leerlingen op de gang hebben.”  Daar gaat je gezag. Eén jaar heb ik het op deze school uitgehouden.
Op m’n laatste school was het al niet veel beter. Zonder het hele blik ellende hier open te trekken toch even twee incidentjes. Ook hier was orde houden niet altijd mogelijk. En ook hier werd af en toe een leerling de klas uitgestuurd. (En niet alleen bij mij.) Mevrouw de directeur vond dat dit niet kon. Als een leerling de klas uitgestuurd werd, lag dat volgens haar altijd aan de docent. Die was zwak, die kon er niks van, die respecteerde de leerling niet (jawel!), die moest op cursus om de leerling te motiveren en zo nog wat wijsheden. Op dezelfde school betrapte ik een leerling tijdens een schoolonderzoek op fraude. Wanneer er bij een Engels examen Nederlandse uittreksels in het leesboekje geplakt zijn, kun je wel van fraude spreken. Ik nam zijn werk af en stuurde hem weg om zich te melden bij de conciërge. Zelf meldde ik de fraude bij mevrouw de directeur. Raad je het al? Inderdaad. De leerling kreeg het voordeel van de twijfel (hoezo twijfel?) en mocht zijn schoolonderzoek overdoen. Helaas weten leerlingen op zo’n school feilloos dat ze tot het gaatje kunnen gaan. Veel directies zijn nu eenmaal wars van ‘slechte’ resultaten. Ze bedekken alles met de mantel der liefde en de docent zit met de brokken.

Geef elke middelbare school alsjeblieft zo’n adjunct als in Nieuwegein. En liefst ook nog zo’n kordate directeur. Misschien is er dan nog een beetje hoop dat het goed komt in het middelbaar onderwijs.
PS: De adjunct in Nieuwegein wordt niet vervolgd. Er zijn zelfs excuses van de politie. Ik hoop dat hij in zijn aanpak volhardt.

dinsdag 12 april 2011

Held

Waarin een klein land miezerig kleingeestig kan zijn. In 2009 – na tweeënhalf jaar onderzoek – kreeg Marco Kroon de Militaire Willemsorde voor zijn optreden in Afghanistan. In Nederland is het mogelijk dat je als oorlogsheld van Uruzgan krap twee jaar later struikelt over een paar borstharen. Met dank aan het OM, waar het kennelijk even komkommertijd is.
Zou een brave huisvader die ’s avonds op de rand van het bed zijn kindertjes voorleest en dagelijks met zijn boterhammetjes onder de snelbinders naar zijn werk fietst, zich in Uruzgan ontpoppen tot heldhaftige commando die zijn leven waagt voor volk en (vader)land? Mwa, ’t kan maar ik ben er niet zeker van. Het zijn van commando en pelotonscommandant in een land in oorlog waar tegenstanders er geen been in zien je op slinkse wijze op de meest inhumane manier van het leven te beroven is geen job voor watjes. Dat dit een stoer type vereist die niet flauw doet over futiliteiten als een paar gebroken ribben of een schotwond in de schouder mag duidelijk zijn. Kroon lijkt me zo’n stoere vent. Hij verpinkt ook niet als heel de wereld kennis kan nemen van zijn bedgeheimen omdat men dat relevant acht in de zaak tegen onze NL held.
Omdat het OM kennelijk begaan is met Kroons mogelijke ontslag bij Defensie, eist zij in haar onmetelijke wijsheid maar 10 uur werkstraf voor het (vermeende) bezit van cocaïne. Mag ik de rechter ook onmetelijke wijsheid toewensen en aansporen Kroon vrij te spreken? Een oorlogsheld blijft een oorlogsheld, ook als ie eens een snuifje zou nemen (niet bewezen), een scooter opvoert (niet aan de orde) of iets anders stouts doet. Mocht Kroon toch veroordeeld worden tot die werkstraf, mag ie dan elke dag een uurtje met mijn moeder gaan wandelen die in een zorgappartement woont? Zij komt te weinig buiten en ik ben er zeker van dat Kroon haar na het ommetje weer veilig thuisbrengt. Tien keer een uurtje? Bedankt!

dinsdag 22 februari 2011

Stemmen

Nog anderhalve week en dan gaan we stemmen. Voor de Provinciale Staten. Het leeft niet bij iedereen, maar omdat het ook de mensen zijn die de corridors langs de snelwegen (laten) dichtbouwen met bedrijventerreinen ga ik toch stemmen. Bovendien kiezen ze straks de Eerste Kamer en daar wil ik me ook wel vertegenwoordigd zien. Alleen, tja, ik weet zelf niet meer wie mijn stem verdient. De termen ‘links’ en ‘rechts’ heb ik al jaren geleden bij het vuil gezet. Het polariseert en oversimplificeert. Handig misschien voor mediamensen die graag uitvergroten, prikkelen of hun interview willen spicen; handig ook voor niet-echt-politiek-geïnteresseerden die zo’n zwart-witindeling wel overzichtelijk vinden. Helaas heb ik er niks aan.

Ik ben – en dat heb ik vast al eerder laten doorschemeren – een liberaal. Maar, ik ben een liberaal met hart voor het milieu, voor dierenwelzijn, voor cultuurbehoud, voor meer handen en geld in de zorg en zo nog wat zaken. Welke partij die er toe doet kan mijn wensen een beetje benaderen? En oké, misschien moet er straks een beetje water bij de wijn; die jongens in Den Haag moeten ook regelmatig wisselgeld hanteren. Maar ik wil niet te veel inleveren.
De VVD wordt het niet; zij hebben de plannen voor de Ecologische Hoofdstructuur bevroren. En ik vond dat nou juist zo’n prachtig streven. Wilders wordt het ook niet; zijn ‘eigen koeien eerst’ heeft uiteindelijk aangetoond dat ze daar van God los zijn. En hoofddoekjes in de bus vind ik niet bezwaarlijk. Mijn moeder droeg vroeger ook zo’n ding en Brigitte Bardot was reuze trendy nog niet zo heel lang geleden. De koningin mag van mij ook blijven. Het CDA zal het nooit worden omdat ik principieel niet stem op een reli-partij. God doet volgens mij bar weinig aan de toestand in de wereld. GBJ Hiltermann was er nog meer mee begaan.
De PvdA heeft voor mij lang geleden al afgedaan. Het zijn hypocriete graaiers die in hun vakbondstijd op de barricaden staan en later gerust commissaris van een aantal grote multinationals worden (Wim Kok) of die als Minister van Financiën de puinhoop in de financiële wereld niet zien aankomen, vervolgens goede sier maken met het zogenaamd beteugelen van de ellende, hun biezen pakken na de verkiezingsnederlaag en dan een goedbetaalde baan accepteren bij een accountancy firma (de in mijn ogen arrogante Wouter B.). D66 heb ik nog nooit op een eigen mening kunnen betrappen. Het zijn draaiers die bij alle belangwekkende kwesties eerst de reacties van anderen afwachten en er dan ergens tussenin gaan zitten. Bah, slap zootje.
SP, nou ja, een liberaal die SP stemt? Niet toch?
Los van de politieke inhoud, de partijprogramma’s dus, heb ik een allesoverheersend probleem met de Haagse pakken. Vrijwel zonder uitzondering houden zij zich het merendeel van de tijd bezig met afgeven op de ‘tegenpartij’. Men heeft daar in onze politieke hoofdstad nog steeds niet door dat wij burgerluitjes dat al jaren erg beu zijn. Ik wil helemaal niet weten hoe de PvdA reageert op de PVV of hoe Pechtold staat te raaskallen tegen wat een ander te berde brengt. En ik wil zeker niet dat dit soort gereageer op elkaar tot speerpunt verheven wordt. Ik wil sterke, inhoudelijke argumenten horen waarom ik op u moet stemmen! Verdomme nog an toe!
Wie heeft er een goedgemotiveerd stemadvies voor me?